Vogelvereniging Oostermoer Gorecht


Agapornis lilianae

Het is al weer drie jaar geleden dat ik met vogelvriend Theo Post naar Tsjechië ben geweest. Daar zagen we een schitterende kolonie Lilianae’s in een ruime vlucht. Allemaal wildkleur! Wat een mooie vogels. Mooi strak in de veren, prachtige kleuren en klein van formaat net als de Agapornis nigrigenis.
Nou leek me dat ook wel eens leuk om een keer mee te gaan kweken. Het had absoluut geen prioriteit, maar ik dacht stel dat ze een keer te koop zijn, dan koop ik mij een koppeltje. Nu een kwestie van advertenties in de gaten houden op één van mijn favoriete sites: marktplaats.nl.
Ja, hoor daar stonden ze: wegens minderen soorten, diverse koppels Lilianae te koop. In Gieten ook nog, lekker dichtbij! Maar even een telefoontje aan wagen. Ik kon een jong koppel wildkleur kopen voor € 50,-. Dat moest maar door gaan. Daar aangekomen, had de beste man nog een koppel wat oudere wildkleur vogels zitten. Een beetje handelen en zo gingen de twee koppels mee voor € 80.

Thuis gekomen heb ik twee mooie hokken getimmerd van 100 x 60 x 60 cm. Misschien wel wat groot, maar in de ruimte is wel te wezen zeg ik altijd maar.
Een nestkast aan de buitenkant opgehangen met een afmeting van 21,5 x 10 x 13 cm lxbxh met een invliegopening van 4 cm.
In het blok wat zaagsel gedaan, in de broedkooi wat stro, wilgentakken en grassen, dit wordt door de vogels gebruikt als nestmateriaal.


De vogels krijgen een dagelijks dieet van: agapornisvoer (Nr. 71 van Beyers), een beetje eivoer (Kasper Fauna), grit en kiezel en vers drink- en badwater aangevuld met een stukje fruit (appel of peer). Een keer in de week word het aangevuld met een stuk trosgierst en groenvoer (sla of vogelmuur).
Ik zette de vogels op 15 uur licht en nu maar hopen op succes. De vogels vermaakten zich prima!
Het eerste nest vlotte al snel met de wilgentakken en stro en in een mum van tijd hadden ze een prachtig nestje gemaakt. Zelfs met een heel plafon erin, maar even een opening ingemaakt voor de latere controles. Het wachten op eieren duurde niet lang.
Een nest met 5 eieren en een met 3 eieren. Van het jonge koppel waren 3 van de 5 eieren bevrucht, van het oudere koppel allen onbevrucht. Van de 3 bevruchte eieren kwamen er twee uit. Het koppel bracht de jongen goed groot en op stok.
Later nog een rondje gedaan met als resultaat 7 eieren bij het jonge koppel waarvan vijf bevrucht! Het oudere koppel had wederom onbevruchte eieren, deze heb ik als pleegouders ingezet. Dus 2 bevruchte eieren van het andere koppel eronder, deze zijn ook met succes uitgebroed en grootgebracht.
Resultaat, naar eigen zeggen 7 prachtige jongen op stok.

Verder heb ik helemaal geen verstand van Agapornissen dus zal de aankomende tentoonstelling uitwijzen of er kwaliteit onder de jongen zit.
Gedurende het voorjaar en de zomer zitten ze met z’n allen in een volière en kan ik mijn eigen kolonie bewonderen.

Groeten Jackel Visser




Hieronder volgt een nog een mooi artikel over de Agapornis lilianae.


Dwergpapegaai Agapornis Lilianae

De dwergpapegaai Agapornis Lilianae (uitspreken als Lili-anee) behoort tot de personatus groep; een groep van de vier soorten met een witte oogring. De dwergpapegaai wordt ook wel Njassa Dwergpapegaai genoemd, maar de meeste liefhebbers noemen de soort kortweg lilianae. De Agapornis Lilianae komt voor in Zambia, Tanzania en Zimbabwe, waar de vogels zich in grote groepen (kolonies) vooral in waterrijke gebieden ophoudt. Hoewel de soort al in 1864 ontdekt en beschreven werd, en ongeveer een halve eeuw later werd ingevoerd in Europa, komt deze bij liefhebbers toch getalsmatig minder voor de dan de Fischeri en de Personatus. Het is de kleinste agpaorniden soort die we kennen: volwassen vogels meten ongeveer 13 centimeter. Er zijn geen uiterlijke verschillen tussen beide geslachten, men kan de bekkentest uitvoeren. Bij mannelijke vogels staan de bekken dichter bij elkaar als bij de vrouwelijke vogels. 


Het kweken van de Dwergpapegaai Agapornis Lilianae:
De Agapornis Lilianae kan bastaarderen met ander soorten die behoren tot de personatusgroep. Hoewel kwekers hier geregeld gebruik van hebben gemaakt met de bedoeling nieuwe kleuren in de soort te introduceren, worden soortkruisingen in het algemeen afgeraden omdat steeds meer het besef doordringt dat het beter is de rassen zuiver te houden. En dat is zeker het geval met deze vogel, die toch minder vaak voorkomt in de kwekerskringen als de overige leden van de Personatus groep. De Agapornis Liliane is een van de zachtaardigste soorten onder de Agaporniden. Het is heel goed mogelijk om meerdere koppels in een volière samen te houden. De volière moet dan echter wel ruim genoeg zijn en uiteraard moet de eigenaar altijd een oogje in het zeil houden zodat deze kan ingrijpen als het toch mis blijkt te gaan. Zoals bij alle vier de soorten uit de personatus groep zijn er geen uiterlijke verschillen tussen de geslachten. Ze broeden liefst in groepjes.

Standaard eisen Agapornis Lilianae:
Lengte: 13,5 cm van bovenkop tot staarteinde Hoofd: Voorhoofd: vanaf de snavel licht gerond naar achter toe Kruin: licht gerond
Achterhoofd: iets afgeplat. Nek: mag iets inval vertonen Ogen: centraal geplaatst, helder uitstralend en omgeven door een ononderbroken zuivere witte oogring. Snavel: slank kort gebogen, onbeschadigd, goed ingetrokken, de punt van de bovensnavel naar de borst gericht en ondersnavel goed in bovensnavel passend Borst: goed gevuld, elegante ronding, mee volgend met de ronding van de vleugels Buik: harmonisch aansluitend in het verlengde van de borst, niet doorhangend Vleugels: goed aansluitend op lichaam en bovenstaartdekveren. Alle vleugelpennen ongeschonden aanwezig, niet afhangend of kruisend Poten: korte stevige poten, 2 tenen naar voren, 2 naar achteren, alle onbeschadigd aanwezig, de zitstok goed vastgrijpend. Nagels: de zitstokken goed vastgrijpend, alle gelijk gekleurd, alle onbeschadigd aanwezig, recht- matig gebogen en eenkleurig Houding: fiere houding, zo natuurlijk mogelijk lichaamsvormen in volledige harmonie De ruglijn maakt ten opzichte van de zitstok een hoek van ongeveer 60 graden. Staart: wigvormig waarvan de top licht afgerond is Stuit: in rechte lijn met de staart

Keur technische opmerkingen:
Geeltinten rond het masker moeten vermeden worden. Er dient geselecteerd te worden op een zo oranjerood mogelijk masker.
Zwarte vlekjes of streepjes in de bevedering zijn foutief. Snavel: aan de basis roze overgaand in rozerood. De twee middelste staartpennen bevatten geen dwarstekening.